Korte geschiedenis van de Villa Empain

door Diane Hennebert, Directie

De familie Empain

In 1930 vatte de nauwelijks 22-jarige Louis Empain in Brussel de bouw aan van een villa aan de Natiënlaan, de latere Franklin Rooseveltlaan.

Louis was de tweede zoon van de schatrijke zakenman Edouard Empain, maar net als Jean, zijn oudere broer, droeg hij de naam van zijn vader nog maar enkele jaren officieel. Jeanne Becker, hun moeder, en Edouard Empain huwden pas in 1921, na een verhouding die lange tijd verborgen bleef.

Het was aan Edouard, die in 1852 in een bescheiden Waals gezin werd geboren, dat de familie Empain haar bekendheid te danken had, niet alleen in België, dat toen in volle industriële ontwikkeling was, maar ook tot ver buiten de landsgrenzen.

Na middelmatige studies kon Edouard als leerling technisch tekenaar aan de slag bij La Métallurgique, via de bemiddeling van Alexis du Roy de Blicquy, voor wie hij zijn hele leven lang een oprechte waardering koesterde. Al snel kreeg hij de leiding over het bedrijf, en kocht een kleine marmergroeve, die in 1879 de Société Anonyme des Marbres werd. Met de aankoop van andere marmerslijperijen deed Edouard Empain zijn intrede in de zakenwereld: in enkele jaren tijd schiep hij een indrukwekkend net van industriële ondernemingen, banken en holdings die via wederzijdse participaties met elkaar verweven waren.

In 1881 verlegde Edouard zijn actieterrein naar het openbaar vervoer en richtte hij de Compagnie Générale des Railways à Voie Étroite op. Deze maatschappij was actief in België en in Noord-Frankrijk, waar ze al na korte tijd de regionale Compagnie des Chemins de Fer opslorpte. Daarnaast verwierf hij de Chemins de Fer du Périgord et du Midi de la France, ontwikkelde hij de Nederlandse spoorwegen, legde hij het tramnet van Cairo aan en bouwde hij spoorlijnen in de Kaukasus en in Turkije.

In China vestigde hij de financiële basis voor een strategische spoorlijn van 1200 km tussen Beijing en Hankow en liet hij de lijn tussen Kaifeng en Honanfu bouwen. Vanaf 1901 kon Edouard Empain zich rekenen tot de intimiteit van koning Leopold II, die hij hielp een spoorwegennet in Belgisch-Kongo uit te bouwen, vanuit Stanleystad.

Het is zeker de bouw van de Parijse metro die de naam van de familie Empain ook in Frankrijk grote bekendheid gaf. In 1900 kreeg Edouard Empain, dankzij de Société Parisienne pour les Chemins de Fer et Tramways en na tal van politieke intriges, opdracht de Parijse metro te bouwen. Zijn groep bleef er eigenaar van tot na de Tweede Wereldoorlog. Dit waagstuk bleek een groot succes, hoewel de Parijzenaars aanvankelijk schrik hadden van dit transportmiddel en kritiek leverden op de stijl van de door Guimard ontworpen stationsingangen. Mettertijd groeiden die echter uit tot een van de bekendste symbolen van de art nouveau en van de Franse hoofdstad.

Al meteen werd dit smeedwerk besproken in de pers, waar te lezen stond dat het was ontworpen door Maison Alfred François uit Brussel en de Etablissements Edgar Brandt uit Parijs (1). Toch lijkt het al evenzeer vast te staan dat deze elementen zijn aangepast en geplaatst door het atelier Albert François, die tekende voor het gros van het smeedwerk in Villa Empain. We weten trouwens dat Albert François in die periode, en tot aan zijn vroegtijdige dood in 1938, vaak werkte op basis van modellen, tekeningen en plannen aangeleverd door Edgar Brandt.

Brandt werd in 1889 in Parijs geboren en overleed in 1960 in Genève. In 1912 vestigde hij zich als kunstsmid en wapenfabrikant in Parijs. In 1920 liet hij architect Jean Favier een gebouw optrekken waarin al zijn kantoren en ateliers in Parijs werden ondergebracht (2), wat op de bloei van zijn onderneming wijst.

Alfred François, die in 1887 in Brussel werd geboren, leerde zijn stiel aan de Koninklijke Academie van Brussel en aan de Ecole des Arts Industriels van Elsene. In 1912 richtte hij zijn eigen atelier in zijn geboortestad op, en hij produceerde heel wat decoratief smeedwerk voor banken, grote warenhuizen en particuliere woningen (3).

Alfred François werkte regelmatig samen met Michel Polak en verwezenlijkte veel smeedwerk dat de architect ontwierp, waaronder de beschermingshekken en andere elementen van de villa bestemd voor Louis Empain. Nadien vertrouwde Michel Polak hem nog de uitvoering van het smeedwerk voor het Tandheelkundig Instituut George Eastman in het Brusselse Leopoldpark toe. De decors zijn er heel sterk verwant met die van Villa Empain.

Ook de voordeur van een ander huis dat Michel Polak enkele jaren later aan de Hamoirlaan bouwde, is versierd met geometrische motieven die identiek zijn aan die van de voordeur van het huis aan de Natiënlaan. Dat huis, dat jammer genoeg verdwenen is, was een van de laatste projecten waaraan Alfred François voor zijn dood werkte.

Uit de analyses die het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in 2007 uitvoerde, blijkt dat een aanzienlijk deel van het smeedwerk van Villa Empain, alsook al het messing hoekbeslag rond het bronzen raamwerk van de vensters dat de belangrijkste hoeken van het gebouw beklemtoont, tijdens de jaren 1930 met bladgoud versierd waren. De foto’s uit die periode, de meeste in zwart-wit, stellen ons niet in staat het effect te beoordelen van dit verguldsel dat met de jaren is verdwenen. Dankzij de beslissing om al deze elementen opnieuw te vergulden, heeft de villa het luxueuze uitzicht dat hem kenmerkte teruggekregen, terwijl tegelijkertijd het strenge en massieve aspect van zijn ontwerp werd getemperd.

In : Roset, Ch., Technique des travaux, 8 augustus 1935, pp 400-401. “De smeedijzeren balustrade in verschillende tinten is een van de belangrijkste decoratieve elementen, in harmonie met de trapleuning, de panelen die de radiatoren verbergen en het grote sierhek dat de grote hal scheidt van de ontvangstruimten. Het hoofdmotief van alle smeedwerk bestaat uit lijnen van 45° met verschillende dikte, al dan niet onderbroken, die vaste panelen vormen die makkelijk kunnen worden aangepast aan de benodigde afmetingen. De lichtere deuren zijn versierd met florale motieven die opvallen door hun lichtheid en hun soepelheid”. Maillard, R., Clarté, augustus 1935, p.4.

De firma Brandt was gevestigd in Parijs, aan de Avenue Michel-Ange in het XVIe arrondissement. Het gebouw bestaat nog altijd en is beschermd.

Van de hand van Brandt is onder meer het smeedwerk van de Nationale Bank, de Bank van Brussel, de Bank van Parijs en de Nederlanden, de Handelsbank, de Bank Joire, het Crédit anversois, de Caisse générale de Reports et Dépôts, de Lloyd’s Bank, ARBED (Luxemburg), de Galeries Anspach, de Bon Marché in Antwerpen, …

Lichtspel

Vóór Villa Empain werd gerestaureerd, had hij in de loop der jaren een van zijn belangrijkste kwaliteiten verloren: het spel van natuurlijk licht of kunstlicht dat de hele villa een uitzonderlijke sfeer verleende. Door de geleidelijke aftakeling van de villa, de verdwijning van de wandlichten, de verwijdering van de meeste verlaagde plafonds en de afdekking van het centrale glasraam, was dit essentiële kenmerk volledig verdwenen. Toch schiep het originele ontwerp van het huis – gaande van de grote lichtkoker in de centrale hal tot de brede muuropeningen voorzien van gepolijst ruitglas – fraaie lichteffecten die nog werden versterkt door directe of indirecte elektrische bronnen en door de weerkaatsing van het licht op het marmer binnenshuis en het water van het zwembad buitenshuis.

Een van de elementen die voor dit lichtspel instonden, was het glas-in-loodraam van de eresalon, tussen de eetplaats en de grote salon, een uniek werk in zijn genre. Het bestaat uit 21 vierkante platen van dik, gelijkmatig in de massa gekleurd glas in goudkleur, en het is gedecoreerd met een harmonieus geheel van abstracte symbolen, figuren en geometrische vormen aangevuld met een reeks gestileerde sterren. Op het eerste zicht lijkt dit gegraveerde decor de tekens van de dierenriem weer te geven, maar bij nader toezien blijkt dat het veeleer om een vrije interpretatie van de Melkweg gaat.

De glazen tegels zijn per zeven gegroepeerd en in drie rijen onderverdeeld. Ze hangen aan dunne metalen kabels die in kleine bronzen sluitingen uitmonden. Ze verbergen een kunstlichtbron die een warm en gedempt licht verspreidt. De achterkant van elke glastegel is gezandstraald. Een zwartgekleurde materie, of oplegwerk van bladzilver, -tin, of -goud in de holten van de tekeningen scheppen een gevoel van reliëf.

5

Dit glasraam is het werk van de Franse kunstenaar Max Ingrand. Tot aan het einde van de jaren 1940 werkte hij aan talrijke projecten met zijn vrouw Paule, van wie hij in 1946 scheidde. Ze genoten grote bekendheid op het gebied van het glas-in-lood en de glasbewerking en werkten onder meer mee aan de decoratie van de Trans-Atlantische pakketboot Le Normandie.

Waarschijnlijk verwezenlijkten Max en Paule Ingrand samen het glasraam van de villa van Louis Empain, waarvan het thema inspeelt op de geestdrift van de baron voor de observatie van de hemel en de sterren. Het glasraam geeft inderdaad een subtiele voorstelling van enkele van de belangrijkste sterrenbeelden die in het noordelijk halfrond van het hemelgewelf te zien zijn: de Arend, het Schild van Sobieski, de Slang, de Pijl, de Kroon, de Kleine Beer. De keuze van een thema dat zo nauw bij de interessesfeer van Louis Empain aansloot, laat veronderstellen dat hij zelf de opdracht aan Max Ingrand gaf en dat het niet om een beslissing van Michel Polak ging. Het is een feit dat we in zijn overige architectonische verwezenlijkingen geen andere werken aantreffen die van een dergelijke artistieke keuze blijk geven.

Maar het glasraam van Max Ingrand overleefde de bewogen geschiedenis van de villa intact tot aan het begin van de jaren 2000. Tussen dat jaar en 2006, in deze periode die zo rampzalig was voor de conservatie van het huis, verdwenen drie panelen. Gebroken, gestolen? Het blijft een mysterie. Het was aan de Duitse Monica Neuner dat de Stichting Boghossian de restauratie van het glasraam en het herstel van de ontbrekende stukken toevertrouwde.

Van het op glas geschilderde werk dat het grote venster van het hoofdtrappenhuis tot na de Tweede Wereldoorlog bedekte, is alleen archiefmateriaal overgebleven. Het werd ontworpen door de Luikse kunstenaar Charles Michel maar verdween helaas vóór de villa door televisiezender RTL werd ingenomen. Volgens bewaarde foto’s bevond zich rond elk motief van dit werk een zwarte omtreklijn, als imitatie glas-in-loodwerk. Zoals uit de reproducties van deze compositie blijkt, was het in negen panelen verdeeld, met vogel- en vruchtenmotieven in klassieke stijl rond een centraal medaillon. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat Louis Empain, met zijn voorliefde voor moderniteit, een bestelling plaatste bij deze kunstenaar die nog vrij onbekend was toen de villa werd gebouwd. Deze keuze moet dus wellicht worden toegeschreven aan Michel Polak, die in sommige andere werken vergelijkbare glas-in-loodramen en beschilderd glas gebruikte. Toch kunnen we op basis van oude foto’s vaststellen dat dit werk zich inspireerde op de motieven van twee wandtapijten die de trappenhal oorspronkelijk aan weerszijden van het venster versierden. Deze wandtapijten behoorden wellicht aan Louis Empain toe maar lijken niet lang ter plaatste te zijn gebleven. Werden ze terzelfder tijd als het glasraam verwijderd, of verdwenen ze tijdens de transformatie van de villa in het Musée des Arts Décoratifs in 1937 ? Hierover tasten we nog steeds in het duister.

12

In de krant Le Soir van 2 december 1938 schrijft een anoniem journalist enthousiast : “Dit grote gebouw met zijn eenvoudige, wat strenge lijnen is een huis vol licht. Grote muuropeningen laten het buitenlicht gul binnenstromen, en wanneer men de trap die naar de grote ingang leidt bestijgt, wordt deze indruk van lichtheid nog versterkt. De muurtjes, de zuilen, de vloeren zijn gemaakt van glanzend marmer dat versierd is als een oosters tapijt maar dat alle reflecties van buitenaf opvangt. En buiten, via een grote muuropening die op de tuin uitgeeft, ziet men een immens blauw zwembad en, achter de tuin zelf, de reusachtige bomen van het bos die zich tegen de hemel aftekenen. Licht. Dat woord, dat men op de drempel van deze woning had kunnen graveren, bepaalde haar lot”.

Chapelle, C.R., Notities over De Melkweg en enkele notities over Villa Empain, Brussel, 2007 (niet uitgegeven).

Monica Neuner, gediplomeerd aan het Institut National du Patrimoine in Parijs in 2003, heeft talrijke studies, publicaties en restauraties op haar naam. Ze is gespecialiseerd in de restauratie van werken en schilderijen onder glas.