Edouard en Cleopatra. De egyptomanie sinds de 19e eeuw
20 september 2012 – 10 februari 2013

Al jaren streeft de Boghossianstichting ernaar een zo concreet mogelijke bijdrage te leveren tot de dialoog tussen oosterse en westerse culturen. Met dat doel voor ogen heeft ze haar zetel gevestigd in de Villa Empain, een parel van de Brusselse art-decoarchitectuur. Na een grondige restauratie opende dit prachtige gebouw in april 2010 zijn deuren voor het publiek.

De Boghossianstichting organiseert er tentoonstellingen, concerten, lezingen en internationale bijeenkomsten over bepaalde aspecten van die uiteenlopende culturen.

De artistieke productie vervult hierbij een sleutelrol. Kunst moet je hier zien als een middel tot dialoog, een universele taal die kloven overbrugt, de tijdperken, disciplines en grenzen overstijgt.

De egyptomanie, een blijvende fascinatie

Sinds het einde van de 18e eeuw, meer bepaald sinds de Egyptische veldtocht van Napoleon Bonaparte, zijn zowel wetenschappers als kunst- en antiekliefhebbers geboeid door het land van de farao’s. De belangstelling voor de Nijlvallei en haar rijke geschiedenis nam nog toe door de opening van het Suezkanaal in 1869, de opkomst van het oriëntalisme en de wereldtentoonstellingen.

Al meer dan twee eeuwen beïnvloedt het fascinerende Egypte op tal van domeinen de westerse cultuur: de architectuur, de sierkunst, de schilderkunst, de beeldhouwkunst, de literatuur en recenter ook de filmkunst en de stripverhalen. De invloed ervan reikt zelfs tot in de dierentuinen van Berlijn, Hamburg en Antwerpen, waar giraffen en olifanten in Egyptisch aandoende tempels’ zijn ondergebracht !

Beroemde schrijvers als Gustave Flaubert, Théophile Gautier en Gérard de Nerval, schilders, fotografen, componisten als Giuseppe Verdi en actrice Sarah Bernhardt in de rol van Cleopatra (1880, toneelstuk van Victorien Sardou) ontsnapten niet aan die mode.

De opzienbarende ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922 wakkerde de belangstelling voor het oude Egypte nog aan. Ook de art-deco-ontwerpers raakten ervan in de ban.

In het moderne tijdperk werd het mythische personage Cleopatra gestalte gegeven door Elizabeth Taylor, in de beroemde film van Joseph L. Mankiewicz. Striptekenaars als Hergé en Edgar P. Jacobs namen hun lezers mee op avontuur naar het oude Egypte, in beroemde albums als. De sigaren van de farao’ en Het mysterie van de grote piramide’. Later zou ook Asterix naar het land van de piramiden en de legendarische koningin reizen.

Van de fascinerende mummies tot een wetenschappelijke kijk op de schatten aan de oevers van de Nijl, van de stijl genaamd Retour d’Egypte’ tot de ontcijfering van de hiërogliefen, van de faraonische bouwwerken tot de oriëntalistische schilderijen, van de empiremeubelen tot de art-decomeubelen, van de juwelen tot de modeaccessoires, van de opera tot het theater, van de literatuur tot de stripverhalen, van de bouw van Heliopolis door Edouard Empain tot de cruises op de Nijl.

Het is een uitermate boeiende wereld die we ontdekken via deze tentoonstelling, die nog maar eens getuigt van de reeds oude culturele banden tussen het Oosten en het Westen.

De tentoonstelling kan rekenen op het wetenschappelijk advies van professor Eugène Warmenbol, docent aan de Université Libre de Bruxelles, lid van de missies van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis naar Elkab (Opper-Egypte), van de missies van de Université Libre de Bruxelles naar Gourna (linkeroever in Luxor) en auteur van het boek Le lotus et l’oignon. Egyptologie et Egyptomanie en Belgique au XIXe siècle (uitg. Le Livre Timperman, 2012).

De coördinatie van de tentoonstelling is in handen van Diane Hennebert, de directrice van de Boghossian Stichting, en Christophe Dosogne, artistiek adviseur van de Boghossian Stichting.

Bij de tentoonstelling hoort ook een catalogus, met een inleiding van professor Eugène Warmenbol.

Dankbetuiging

De Boghossianstichting kan voor deze tentoonstelling rekenen op de medewerking van tal van leners, waaronder :

De Bibliothèque Nationale de France Opéra Garnier (Parijs), het Institut Français d’Architecture (Parijs), het Musée National d’Art Moderne Centre Georges Pompidou (Parijs), het Museum voor Schone Kunsten van Angoulême, het Museum voor Schone Kunsten van Rouen, de Musea en het Park van het Kasteel van Compiègne, het Museum voor Schone Kunsten van Grenoble, het Museum voor Schone Kunsten van Orléans, het Museum van Quimper, Cité de la Céramique, Sèvres & Limoges, de New York Public Library (New York), de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, het Archief voor Moderne Architectuur (Brussel), de Hendrik Conscience Bibliotheek (Antwerpen), de Bibliotheek Menswetenschappen van de Université Libre de Bruxelles, het Gemeentelijk Museum van Elsene, het François Duesberg Museum (Bergen), het Koninklijk Museum van Mariemont (Morlanwelz), de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (Brussel), de Koninklijke Muntschouwburg (Brussel), Amicom vzw (Antwerpen), Baccarat Patrimoine (Parijs), de Boghossian Collectie (Brussel en Genève), de Cartier Collectie (Parijs en Genève), de Edgar P. Jacobs Stichting (Brussel), de Loge des Amis Philanthropes (Brussel), LVMH / Christian Dior Couture (Parijs), Ampersand House (Brussel), Galerie Berko (Knokke), Collector’s Gallery (Brussel), Galerie Yannick David (Brussel), Paul De Grande Antiques (Snellegem), Rose Issa Projects (Londen), Galerie Miphan (Brussel), Galerie Nathalie Obadia (Brussel en Parijs), Victor Werner Antiques (Antwerpen), de firma Vrouyr (Antwerpen), Svenkst Tenn (Stockholm), graaf François d’Ansembourg, Céline Cléron, Youssef Nabil, Eugène Warmenbol en verschillende Belgische en buitenlandse privéleners die anoniem wensen te blijven.